Buitenscène:
* Locatie: Het speelt zich buiten af, in een omgeving die niet door muren is omgeven. Dit kan een park, een straat, een bos, een strand, etc. zijn.
* Perspectief: De kijker ziet de scène doorgaans vanuit een breder perspectief, waarbij de nadruk ligt op de omgeving en de personages daarin.
* Belichting: Er wordt vaak gebruik gemaakt van natuurlijk licht van de zon, waarbij schaduwen en hooglichten een belangrijke rol spelen.
* Geluid: Bevat vaak natuurlijke geluiden zoals vogelgezang, wind, verkeer, enz., waardoor een gevoel van plaats ontstaat.
Interieurscène:
* Locatie: Vindt plaats in een gebouw of voertuig, omsloten door muren of een dak. Dit kan een huis, een kantoor, een auto, enz. zijn.
* Perspectief: De kijker ziet de scène doorgaans vanuit een beperkter perspectief, waarbij hij zich concentreert op de personages en objecten in de beperkte ruimte.
* Belichting: Maakt vaak gebruik van kunstmatige lichtbronnen zoals lampen, waardoor een specifieke sfeer of sfeer ontstaat.
* Geluid: Bevat vaak geluiden die verband houden met de binnenruimte, zoals gesprekken, krakende meubels of draaiende apparaten.
Voorbeelden:
* Buitenkant: Een romantisch stel dat bij zonsondergang langs een strand loopt.
* Interieur: Een rechercheur die een verdachte ondervraagt in een slecht verlichte verhoorkamer.
Belangrijkste verschillen:
| Kenmerk | Buitenkant | Interieur |
|------------|--------------------------------------------|---------------------------------------|
| Locatie | Buiten, open omgeving | Binnen, afgesloten ruimte |
| Perspectief | Breder, inclusief het milieu | Beperkt, gericht op karakters en objecten |
| Verlichting | Natuurlijk licht, schaduwen en hoogtepunten | Kunstlicht, specifieke sfeer creëren |
| Geluid | Natuurlijke geluiden, sfeer | Geluiden geassocieerd met de binnenruimte |
Uiteindelijk komt het verschil tussen een buiten- en binnenscène neer op de setting en de impact ervan op het verhaal .