* De impact van kolonisatie en culturele ontheemding: Het verhaal speelt zich af in de jaren zestig in Nieuw-Zeeland, waar de Māori-cultuur worstelt met de gevolgen van de Britse kolonisatie. De roman belicht het verlies van traditioneel land, de erosie van culturele praktijken en de strijd om de identiteit te behouden in een snel veranderende wereld.
* Verlies van onschuld en de complexiteit van familierelaties: Het verhaal concentreert zich op een jong Māori-meisje, Keri, en haar familie. Keri's reis naar volwassenheid wordt gekenmerkt door verlies, trauma en desillusie. De roman onderzoekt de complexiteit van de gezinsdynamiek, inclusief de uitdagingen van communicatie, generatiekloven en het gewicht van onuitgesproken geheimen.
* De veerkracht van de menselijke geest: Ondanks de uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd, tonen de personages in de roman opmerkelijke veerkracht. Ze hebben moeite om zich aan te passen aan hun veranderende wereld, om betekenis te vinden in hun leven en om een gevoel van hoop te behouden. De roman benadrukt de kracht van de gemeenschap en de blijvende kracht van cultureel erfgoed.
* Het belang van milieubewustzijn en de gevolgen van menselijk handelen: De titel van de roman zelf weerspiegelt een gevoel van verlies en een klaagzang voor de natuurlijke wereld. Het verhaal onderzoekt de aantasting van het milieu die gepaard gaat met kolonisatie en industrialisatie, waardoor lezers nadenken over de impact van menselijk handelen op de planeet.
Uiteindelijk is ‘It Used to Be Green Once’ een aangrijpend verhaal over de uitdagingen van verandering en de zoektocht naar betekenis in een snel evoluerende wereld. De complexe thema's van de roman resoneren met lezers op zowel persoonlijk als mondiaal niveau, waardoor het een krachtig en tot nadenken stemmend literair werk is.