1. Propaganda en macht:
* Legitimalisatie: Portretten waren een krachtig instrument voor het vestigen en behouden van de legitimiteit van een vorst. Ze presenteerden de heerser als door God gekozen, machtig, wijs en rechtvaardig, wat hun aanspraak op de troon versterkte.
* Openbare afbeelding: Portretten werden tentoongesteld in openbare ruimtes zoals paleizen, stadhuizen en kerken, waardoor de bevolking hun vorst kon 'zien' en contact kon maken met hun imago. Dit wekte een gevoel van loyaliteit en ontzag op.
* Propaganda: Portretten kunnen worden gebruikt om de vorst op specifieke manieren af te beelden, waarbij hun deugden, prestaties en allianties worden benadrukt, terwijl hun tekortkomingen of vijanden worden gebagatelliseerd. Monarchen kunnen bijvoorbeeld worden getoond in regalia, omringd door machtssymbolen, of zich bezighouden met activiteiten die hun kracht en wijsheid benadrukken.
2. Zelfpromotie en nalatenschap:
* Persoonlijke branding: Portretten waren een manier voor vorsten om hun eigen publieke imago te creëren en te controleren, en beïnvloedden hoe ze door hun onderdanen en door de geschiedenis werden waargenomen. Ze konden hun portretten gebruiken om hun gewenste kwaliteiten, zoals vroomheid, wijsheid of kracht, te promoten.
* Historisch record: Portretten dienden als een visueel verslag van de vorst en legden hun fysieke verschijning en zelfs hun persoonlijkheid vast. Ze hielpen de nagedachtenis van de heerser voor toekomstige generaties te behouden.
* Statussymbool: Het bezitten en laten maken van portretten was een teken van rijkdom en macht, en vorsten gebruikten deze werken om hun status te verhogen en hun weelde te tonen.
3. Artistieke bescherming:
* Ondersteunende artiesten: Door portretten te laten maken profiteerden vorsten niet alleen voor zichzelf, maar steunden ze ook de kunsten en bekwame ambachtslieden binnen hun koninkrijken. Dit bevorderde de culturele ontwikkeling en demonstreerde de rol van de vorst als beschermheer van de kunsten.
* Artistieke vaardigheden behouden: Het monarchale patronaat zorgde voor het voortbestaan en de ontwikkeling van artistieke technieken en stijlen.
4. Persoonlijke expressie:
* Zelfreflectie: Portretten, vooral als ze privé werden gemaakt, stelden monarchen in staat hun eigen imago en identiteit te verkennen en na te denken over hun rol en nalatenschap.
* Emotionele expressie: Sommige portretten beeldden emoties uit, waardoor monarchen hun innerlijke gedachten en gevoelens via kunst konden communiceren.
Uiteindelijk was monarchale portretkunst een complex en veelzijdig fenomeen, dat de politieke, sociale en persoonlijke motivaties van de heerser weerspiegelde. Deze schilderijen waren niet alleen decoratieve objecten, maar krachtige instrumenten om de perceptie vorm te geven en de macht te versterken.