1. Observatie en inspiratie uit de natuurlijke wereld:
- Moore werd sterk geïnspireerd door de natuurlijke wereld, met name landschappen, rotsen, botten en de menselijke figuur. Vormen in de natuur zag hij als de fundamentele bouwstenen van zijn sculpturen.
- Hij schetste en maakte maquettes (kleine modellen) rechtstreeks vanuit zijn observaties, en vertaalde deze organische vormen in zijn sculpturen.
2. Verkenning van abstracte vormen:
- Hoewel Moore geworteld was in de natuurlijke wereld, repliceerde hij niet alleen maar vormen. Hij abstraheerde en vereenvoudigde ze, waarbij hij de essentie van hun structuur en volume benadrukte.
- Hij experimenteerde met geometrische vormen zoals bollen, kubussen en cilinders, maar verwerkte ook onregelmatige, vloeiende rondingen en holtes.
3. Intuïtief begrip van vorm:
- Moore geloofde dat vorm via alle zintuigen moet worden ervaren, niet alleen via het zicht. Hij onderzocht de relatie tussen positieve en negatieve ruimte en benadrukte hoe de ruimte rond en binnen een sculptuur net zo belangrijk was als de vaste vorm zelf.
- Hij was gefascineerd door de manier waarop licht op zijn sculpturen speelde, waardoor er een spel van schaduw en licht ontstond. Deze gevoeligheid voor licht en schaduw versterkte de volumetrische kwaliteiten van zijn werk nog meer.
4. De "holle" vorm:
- Een van Moore's belangrijkste bijdragen aan de beeldhouwkunst was zijn onderzoek naar de 'holle' vorm. Hij zag potentieel in de leegte, de ruimte binnen het beeld, die hij vaak uithakte.
- Dit creëerde een dynamische spanning tussen het vaste en de leegte, waardoor een nieuwe dimensie van complexiteit en intriges aan zijn werken werd toegevoegd.
5. Continu experimenteren:
- Moore's sculpturen zijn niet op één vaste manier tot stand gekomen. Hij experimenteerde voortdurend met verschillende materialen, technieken en benaderingen.
- Hij gebruikte alles, van hout en steen tot brons en gips, en werkte vaak aan meerdere stukken tegelijk. Dit voortdurende experimenteren leidde tot een breed scala aan stilistische variaties binnen zijn oeuvre.
Kortom:de vormen van Henry Moore werden niet gedicteerd door strikte regels of formules. Ze kwamen voort uit een diep persoonlijk proces van observatie, abstractie, intuïtief begrip en voortdurend experimenteren. Hij onderzocht de inherente schoonheid van vormen in de natuur en transformeerde ze vervolgens in krachtige, suggestieve sculpturen die nog steeds resoneren met de kijkers van vandaag.