* Verlangen naar verbinding: Het wezen is diep eenzaam en geïsoleerd. Hij hunkert naar verbinding en begrip en gelooft dat taal de sleutel is om dit te bereiken. Hij observeert mensen die met elkaar interacteren via taal en wil daar graag deel van uitmaken.
* Behoefte aan kennis: Het wezen is intelligent en nieuwsgierig. Hij wil de wereld om hem heen graag begrijpen en gelooft dat taal kennis en begrip zal ontsluiten.
* Behoefte aan identiteit: Het wezen mist een naam en identiteit. Hij is een naamloos, gezichtsloos wezen, en hij hoopt dat het leren praten hem in staat zal stellen zichzelf te definiëren en zijn plaats in de wereld op te eisen.
* Verlangen naar gerechtigheid: Het wezen voelt zich onrecht aangedaan door zijn schepper, Victor Frankenstein, die hem in de steek heeft gelaten. Hij hoopt taal te gebruiken om zijn situatie uit te leggen en gerechtigheid te eisen voor zijn mishandeling.
Uiteindelijk komt het verlangen van het wezen om te leren praten voort uit een fundamenteel verlangen naar verbinding, erbij horen en zelfontdekking.