* Hij vertegenwoordigt het Britse imperialisme: De verteller is een Britse politieagent in Birma, een gekoloniseerd land. Zijn aanwezigheid zelf is een symbool van de onderdrukkende Britse overheersing. De lokale bevolking heeft een hekel aan hem vanwege zijn macht en autoriteit, die als onrechtvaardig en uitbuitend worden gezien.
* Hij voelt zich in conflict en machteloos: Ondanks zijn gezagspositie voelt de verteller zich gevangen en niet in staat weerstand te bieden aan het systeem. Hij is zich bewust van de onrechtvaardigheden van het kolonialisme, maar voelt zich machteloos om deze te veranderen. Dit interne conflict en zijn onvermogen om beslissend op te treden dragen bij aan de wrok waarmee hij wordt geconfronteerd.
* Hij handelt uit angst en druk: De verteller schiet de olifant voornamelijk neer uit angst om voor de Birmese menigte dwaas over te komen. Hij wordt niet gemotiveerd door rechtvaardigheid of noodzaak, maar door zijn eigen trots en de noodzaak om zijn gezag te behouden. Deze daad wakkert de haat jegens hem nog verder aan, omdat het wordt gezien als een ongevoelige en onnodige daad van wreedheid.
* Hij wordt gezien als een hypocriet: De verteller drukt antikoloniale gevoelens uit, maar versterkt uiteindelijk het systeem door deel te nemen aan de brutaliteit ervan. Deze hypocrisie wakkert de wrok jegens hem nog verder aan. Hij wordt gezien als een vertegenwoordiger van het systeem dat hij bekritiseert, waardoor hij een doelwit van woede is.
Kortom, de verteller in 'Shooting an Elephant' wordt gehaat omdat hij de onderdrukkende aard van het Britse imperialisme belichaamt. Zijn tegenstrijdige emoties, zijn acties die worden aangewakkerd door angst en druk, en zijn hypocrisie dragen bij aan het negatieve beeld dat hij in de ogen van het Birmese volk heeft. Zijn verhaal belicht de complexe relatie tussen kolonisator en gekoloniseerde en de morele dilemma's die zich voordoen binnen een dergelijke machtsdynamiek.