Het onderwerp van het gesprek tussen de twee zussen in het gedicht is de aard van waar geluk en vervulling .
Hier is een overzicht:
* De oudere zus: Ze vertegenwoordigt een materialistische kijk op geluk. Ze verlangt naar rijkdom, land en macht, in de overtuiging dat deze haar tevredenheid zullen brengen. Ze verlangt naar een leven vol luxe en comfort.
* De jongere zus: Ze vertegenwoordigt een meer spirituele kijk. Ze geeft prioriteit aan liefde, vriendelijkheid en mededogen. Ze gelooft dat echt geluk ligt in het helpen van anderen en het leiden van een eenvoudig, zinvol leven.
Het gedicht gebruikt de contrasterende perspectieven van de zussen om de vraag te onderzoeken:Wat doet er echt toe in het leven? Het gedicht suggereert uiteindelijk dat waar geluk niet voortkomt uit materiële bezittingen, maar uit een leven vol liefde, vriendelijkheid en dienstbaarheid aan anderen.