1. De "klassieke" gotische periode (eind 18e eeuw - begin 19e eeuw):
* 1760-1820: Dit tijdperk zag de geboorte van het genre met iconische werken als:
* Horace Walpole's "Het kasteel van Otranto" (1764) , beschouwd als de eerste gotische roman.
* Ann Radcliffe's "De mysteries van Udolpho" (1794) , bekend om zijn sfeervolle instellingen en spanning.
* Frankenstein van Mary Shelley (1818) , waarbij thema's als creatie, wangedrocht en de gevaren van wetenschappelijke ambitie worden onderzocht.
* John Polidori's "The Vampyre" (1819) , waarmee de moderne vampiermythe wordt geïntroduceerd.
2. De "Victoriaanse" gotische periode (midden 19e eeuw - begin 20e eeuw):
* 1830-1900: Gotische elementen raakten meer geïntegreerd in de reguliere literatuur, en auteurs als:
* Edgar Allan Poe schreef duistere en macabere verhalen als "The Tell-Tale Heart" (1843) en "The Raven" (1845).
* Charles Dickens Gotische thema's werden verwerkt in werken als "Bleak House" (1853) en "A Tale of Two Cities" (1859).
* Bram Stoker publiceerde de iconische vampierroman "Dracula" (1897).
Het is vermeldenswaard dat:
* Gotische elementen zijn nog steeds aanwezig in de hedendaagse literatuur en film.
* Verschillende regio's en culturen hebben hun eigen interpretaties van gothic.
Daarom kan het misleidend zijn om je te concentreren op specifieke jaren voor de ‘meeste’ verhalen uit de gotische literatuur. In plaats daarvan geeft het begrijpen van de evolutie van het genre door deze sleutelperiodes een beter inzicht in de invloed en de blijvende erfenis ervan.