* Oude wortels: Elementen van circusvoorstellingen zoals acrobatiek, jongleren en het temmen van dieren bestonden in oude beschavingen als Rome, Griekenland en Egypte. Deze maakten vaak deel uit van religieuze ceremonies, festivals en openbaar amusement.
* Middeleeuwse evolutie: Tijdens de middeleeuwen werden reizende artiesten en entertainers gebruikelijk, vaak met elementen van acrobatiek, dierenacts en krachtmetingen. Deze uitvoeringen hadden geen vaste structuur of naam zoals 'circus'.
* Het moderne circus: Het concept van het 'circus' als een grootschalig, georganiseerd amusementsspektakel ontstond in de 18e en 19e eeuw, waarbij figuren als Philip Astley in Engeland en de Amerikaanse circusondernemer Phineas T. Barnum een sleutelrol speelden in de ontwikkeling ervan.
Belangrijke data om te overwegen:
* 1768: Philip Astley, vaak beschouwd als de ‘vader van het moderne circus’, opende zijn hippische amfitheater in Londen.
* 18e eeuw: Reizende groepen artiesten, vaak met elementen van het circus, werden gebruikelijk in Europa en Amerika.
* 19e eeuw: De opkomst van "Big Top" -circussen, met een verscheidenheid aan acts en groots spektakel, maakte het circus tot een populaire vorm van entertainment.
Samenvattend:
De ‘uitvinding’ van het circus was een geleidelijk proces, met bijdragen van verschillende culturen en individuen door de eeuwen heen. Hoewel we specifieke data voor belangrijke ontwikkelingen kunnen vaststellen, is het juister om het circus te zien als een evoluerende traditie met wortels die teruggaan tot de oudheid.