Tijdens de rit ervaart Percy een reeks vreemde visioenen en een groeiend gevoel van angst. Hij voelt een krachtige kracht die hem naar het Westen trekt, en hij gelooft dat dit verband houdt met de bliksemschicht waarvan hij wordt beschuldigd te hebben gestolen.
Het hoofdstuk eindigt met Percy die bewusteloos raakt na een levendige nachtmerrie over een "monster" in een strijdwagen die wordt getrokken door zwarte paarden. Hij wordt gedesoriënteerd en verward wakker, waarbij de buschauffeur beweert dat ze net op de academie zijn aangekomen.
Dit hoofdstuk is belangrijk omdat het het thema introduceert van Percy's groeiende bewustzijn van zijn goddelijke erfgoed en het gevaar waarmee hij wordt geconfronteerd. Het vormt ook de basis voor het volgende hoofdstuk, waarin Percy eindelijk zal ontdekken wat hij werkelijk voorbestemd is te worden.