Hier volgt een overzicht van hoe elk werk het thema magie aanpakt:
* C.S. Lewis's De Kronieken van Narnia: Lewis, een vrome christen, gebruikt magie als middel om thema's als geloof, verlossing en de macht van het goede over het kwade te onderzoeken. Hoewel magie bestaat in Narnia, is deze vaak verweven met goddelijke krachten, en de personages leren dat ware kracht voortkomt uit het geloof in Aslan, de Christusachtige leeuw. Uiteindelijk benadrukt Narnia dat magie niet inherent goed of slecht is, maar dat het gebruik ervan het morele kompas van de gebruiker kan weerspiegelen.
* Mary Poppins: Hoewel ze een magische oppas is, wordt de magie van Mary Poppins voornamelijk gebruikt voor welwillende doeleinden, wat vreugde en verwondering brengt voor de familie Banks. Er is geen inherente duisternis of conflict met religie in haar vertolking.
* Bedknoppen en bezemstelen: Net als bij Mary Poppins is de magie in deze film luchtig en wordt deze gebruikt om vreugde en avontuur te brengen. Terwijl de heksen aanvankelijk als gemeen worden afgeschilderd, veranderen hun motivaties en viert de film uiteindelijk de kracht van vriendschap en gemeenschap.
* Jim de Heks: Dit werk, dat donkerder en complexer is, onderzoekt magie door een meer ambivalente lens. Hoewel magie niet per definitie slecht is, blijkt het wel een krachtige en gevaarlijke kracht te zijn die degenen die er gebruik van maken, kan corrumperen. Het verhaal benadrukt echter ook het belang van een verantwoord en ethisch gebruik van magie.
Kortom, deze fictiewerken onderzoeken magie op verschillende manieren, maar ze portretteren magie niet noodzakelijkerwijs als inherent slecht of als een bedreiging voor religie. In plaats daarvan gebruiken ze magie als metafoor om bredere thema's als moraliteit, macht en de menselijke conditie te onderzoeken. Het is aan de individuele lezer of kijker om de complexe relatie tussen magie en religie in elk verhaal te interpreteren.