1. Imperio: Door deze vloek kan de caster de geest en acties van het slachtoffer beheersen. Het wordt beschreven als ongelooflijk moeilijk te weerstaan en bijna onmogelijk te doorbreken, tenzij het slachtoffer een sterke wilskracht heeft.
2. Cruciatus: Deze vloek veroorzaakt ondraaglijke pijn bij het slachtoffer, wat mogelijk kan leiden tot de dood als het te lang aanhoudt. Het wordt beschouwd als een duistere spreuk en is zeer effectief, waardoor het moeilijk te bestrijden is.
3. Avada Kedavra: Deze vloek doodt onmiddellijk het slachtoffer, waardoor er geen ruimte overblijft voor weerstand of tegenspreuk. Het wordt beschouwd als de krachtigste en dodelijkste vloek in de tovenaarswereld.
Het is belangrijk op te merken dat hoewel deze vloeken worden beschreven als krachtig en moeilijk te verbreken, ze niet noodzakelijkerwijs ‘onbreekbaar’ zijn in de letterlijke zin. Er kunnen tegenspreuken of andere magische middelen zijn om ze te weerstaan of te verbreken, maar ze worden over het algemeen als ongelooflijk gevaarlijk en moeilijk te overwinnen beschouwd.
Hoewel er in het boek geen specifieke ‘onbreekbare vloek’ wordt genoemd, worden de hierboven genoemde vloeken daarom als ongelooflijk krachtig beschouwd en kunnen ze als onbreekbaar worden geïnterpreteerd op basis van hun effecten en de uitdagingen die gepaard gaan met het weerstaan ervan.