1. Vaardigheden en talenten: Dit is het meest voorkomende gebruik. Vaardigheden verwijzen naar het vermogen van een persoon om iets goed te doen door verworven vaardigheden, natuurlijk talent of een combinatie van beide. Bijvoorbeeld:
* Fysieke vaardigheden: Snel rennen, piano spelen, schilderen, zware gewichten tillen.
* Mentale vaardigheden: Complexe problemen oplossen, informatie onthouden, snel leren, abstracte concepten begrijpen.
* Sociale vaardigheden: Effectief communiceren, relaties opbouwen, zich inleven in anderen.
2. Bevoegdheden of mogelijkheden: In sommige contexten kunnen vaardigheden verwijzen naar speciale krachten of bovennatuurlijke vermogens die een persoon, wezen of object zou kunnen bezitten. Voorbeelden zijn onder meer:
* Superheldvaardigheden: Vliegen, superkracht, telekinese.
* Magische vaardigheden: Toverspreuken uitspreken, elementen manipuleren, vormveranderingen.
* Technologische vaardigheden: Geavanceerde rekenkracht, hackvaardigheden, afstandsbediening.
3. Wettelijke rechten of aanspraken: In juridische contexten kunnen 'vermogens' verwijzen naar het wettelijke recht van een persoon om iets te doen of hun vermogen om hun eigen beslissingen te nemen . Voorbeelden zijn onder meer:
* Mogelijkheid om te stemmen: Het recht om deel te nemen aan democratische verkiezingen.
* Mogelijkheid om contracten te sluiten: De juridische bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan.
* Mogelijkheid om medische beslissingen te nemen: Het recht om een medische behandeling te kiezen.
4. Algemene capaciteit of capaciteit: Soms wordt 'vermogen' gebruikt om te verwijzen naar iemands algemene vermogen of vermogen om iets te doen zonder de specifieke vaardigheid of macht te specificeren. Voorbeelden zijn onder meer:
* "Hij heeft het vermogen om te slagen."
* "Ze heeft geen concentratievermogen."
Om de betekenis van 'vaardigheden' in een bepaalde context te begrijpen, is het belangrijk om rekening te houden met de omringende informatie en het algemene onderwerp.