Vóór de komst van moderne opname- en uitzendtechnologieën waren roem en erkenning doorgaans beperkt tot een lokaal of regionaal niveau. Zangers werden populair door hun optredens in theaters, concertzalen of andere openbare locaties, maar hun bereik werd beperkt door geografische grenzen.
Pas in het begin van de 20e eeuw, met de uitvinding van de fonograaf en later de radio, ontstond het concept van een wereldwijd erkende zanger. Een van de vroegste voorbeelden van een internationaal bekende zanger is Enrico Caruso (1873-1921), een Italiaanse operatenor. Hij verwierf in het begin van de 20e eeuw een enorme populariteit en bekendheid, deels dankzij zijn opnames en optredens die op grote schaal werden verspreid via grammofoonplaten en radio-uitzendingen.
Naarmate de opname- en communicatietechnologieën zich verder ontwikkelden, verwierven andere zangers wereldwijde bekendheid, waaronder Frank Sinatra, Elvis Presley, The Beatles en Michael Jackson, om er maar een paar te noemen. Deze individuen werden bekende namen en culturele iconen en bereikten een niveau van beroemdheid en erkenning dat geografische grenzen overstijgt.