1. Natuurlijk voorkomend: Mineralen worden gevormd door natuurlijke geologische processen en worden niet in een laboratorium of door mensen gecreëerd.
2. Anorganisch: Mineralen zijn niet gemaakt van organische verbindingen (die koolstof-waterstofbindingen bevatten). Ze bestaan voornamelijk uit elementen en hun combinaties.
3. Solide: Mineralen bestaan in vaste toestand bij kamertemperatuur.
4. Kristallijne structuur: Mineralen hebben een duidelijke, zich herhalende interne rangschikking van atomen, ionen of moleculen. Deze structuur is verantwoordelijk voor hun unieke kristalvormen.
5. Bepaalde chemische samenstelling: Elk mineraal heeft een specifieke chemische formule die binnen een bepaald bereik kan variëren. Kwarts is bijvoorbeeld altijd SiO2.
6. Homogeen: Mineralen zijn gelijkmatig verdeeld over hun structuur. Ze hebben geen afzonderlijke onderdelen of componenten.
Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden ter illustratie:
* Diamant: Natuurlijk voorkomend, anorganisch, vast, met een kristalstructuur en een duidelijke chemische samenstelling (koolstof).
* Zout (Haliet): Natuurlijk voorkomend, anorganisch, vast, met een kristallijne structuur en een duidelijke chemische samenstelling (NaCl).
* IJs: Natuurlijk voorkomend, anorganisch, vast, met een kristallijne structuur en een duidelijke chemische samenstelling (H2O).
Dingen die GEEN mineralen zijn:
* Kunststof: Door de mens gemaakt, organisch en zonder kristallijne structuur.
* Hout: Organisch, bevat koolstof-waterstofbindingen en is niet vast.
* Water: Vloeibaar bij kamertemperatuur (hoewel bevroren water als ijs een mineraal IS).
Belangrijke opmerking: Sommige stoffen lijken erg op mineralen, maar voldoen niet aan alle criteria. Obsidiaan is bijvoorbeeld een natuurlijk voorkomende, anorganische vaste stof, maar heeft geen kristallijne structuur (het is vulkanisch glas).