Formeel:
* 재생 (jae-saeng): Dit betekent letterlijk ‘wedergeboorte’ en wordt vaak gebruikt in een religieuze of filosofische context.
* 부활 (bu-hwal): Dit betekent ‘opstanding’ en wordt vaak gebruikt in een religieuze context.
Informeel:
* 다시 태어나다 (dasi tae-eo-nada): Dit betekent ‘wedergeboren worden’ en is de meest voorkomende manier om ‘herboren’ te zeggen in alledaagse spraak.
* 새롭게 태어나다 (sae-롭-ge tae-eo-nada): Dit betekent “opnieuw geboren worden” en suggereert een transformatie of verandering.
Anders:
* 환생 (hwan-saeng): Dit betekent ‘reïncarnatie’ en wordt vaak gebruikt in een spirituele context.
Voorbeeldzinnen:
* 그는 다시 태어난 것 같아요. (geuneun dasi tae-eo-nan geot gata-yo.) - Het lijkt alsof hij herboren is.
* 그녀는 새롭게 태어난 것 같아요. (geuneo-neun sae-롭-ge tae-eo-nan geot gata-yo.) - Het lijkt alsof ze opnieuw geboren is.
* 그는 부활을 믿어요. (geuneun bu-hwal-eul mideoyo.) - Hij gelooft in de wederopstanding.
Het is belangrijk om het juiste woord te kiezen op basis van de context van je zin en de betekenis die je wilt overbrengen.