Hij verdedigde zijn vader niet rechtstreeks, maar geloofde eerder dat hij zijn dochter, Felix, beschermde tegen schade door het monster. De Lacey, blind en oud, was voor zijn welzijn volledig afhankelijk van zijn kinderen, Felix, Agatha en Safie.
Toen het monster, dat eerder vriendelijkheid had getoond tegenover De Lacey en zijn familie, ten onrechte werd beschuldigd van diefstal en werd aangevallen door de dorpelingen, verdedigde De Lacey hem, in de overtuiging dat het monster een bedreiging voor zijn kinderen vormde. Deze daad leidde uiteindelijk tot verdere vervreemding en wanhoop van het monster.