Deze motor, waarvoor hij in 1860 patenteerde, werkte op lichtgas (een mengsel van gassen, voornamelijk waterstof en methaan) en werd gebruikt om een klein eencilindervoertuig aan te drijven een zogenaamde "Lenoir-motor."
Hoewel de Lenoir-motor niet erg efficiënt was en een beperkt bereik had, was het een belangrijke stap voorwaarts in de ontwikkeling van de verbrandingsmotor.