Geweldloos verzet:
* Boycots: Hij nam deel aan boycots van bedrijven en instellingen die het apartheidsbeleid afdwingen.
* Vreedzame protesten: Hij organiseerde en nam deel aan vreedzame demonstraties, marsen en bijeenkomsten.
* Burgerlijke ongehoorzaamheid: Hij en zijn kameraden overtraden onrechtvaardige wetten, zoals de wetten die zwarte mensen verbieden in bepaalde gebieden te wonen of te stemmen.
Gewapende strijd:
* Sabotage: Mandela en zijn organisatie, Umkhonto we Sizwe (Speer van de Natie), voerden sabotagedaden uit tegen overheidsgebouwen en infrastructuur.
* Militaire training: Mandela kreeg training in militaire tactiek en strategie, en hij hielp bij het opzetten van trainingskampen voor strijders.
Politiek activisme:
* Politieke organisatie: Mandela hielp bij de oprichting van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), een politieke partij die zich inzet voor het beëindigen van de apartheid. Hij bekleedde verschillende leidinggevende functies binnen het ANC, onder meer als president.
* Internationale diplomatie: Hij reisde internationaal om het bewustzijn over apartheid te vergroten en steun te verwerven voor de anti-apartheidsbeweging.
Het is belangrijk op te merken dat Mandela's opvattingen over geweld in de loop van de tijd zijn geëvolueerd. Aanvankelijk geloofde hij dat gewapende strijd noodzakelijk was om verandering te bewerkstelligen. Na zijn vrijlating uit de gevangenis pleitte hij echter voor vreedzaam verzet en verzoening.
Hoewel Mandela verschillende methoden toepaste, handhaafde hij consequent zijn toewijding aan de fundamentele beginselen van democratie, gelijkheid en mensenrechten. Zijn nalatenschap ligt niet alleen in zijn strijd tegen de apartheid, maar ook in zijn onwrikbare geloof in geweldloosheid en de kracht van vergeving.