Dit is waarom:
* Stereotypen zijn vaak vlak: Ze zijn meestal eendimensionaal en vertegenwoordigen slechts een enkele eigenschap of een klein aantal eigenschappen. Het klassieke stereotype van de ‘slechte stiefmoeder’ is plat en wordt vaak gepresenteerd als wreed, jaloers en manipulatief.
* Specifieke tekens kunnen rond zijn: Een personage dat een stiefmoeder is in een verhaal kan echter veel complexer zijn dan het stereotype. Een schrijver zou dit personage met diepgang kunnen ontwikkelen, waardoor ze motivaties, interne worstelingen en een volledig scala aan emoties kunnen krijgen.
Om te bepalen of een specifieke stiefmoeder plat of rond is, moet je rekening houden met het volgende:
* De context van het verhaal: Hoe wordt de stiefmoeder voorgesteld? Versterkt het verhaal stereotypen, of daagt het ze uit?
* De ontwikkeling van het personage: Verandert de stiefmoeder in de loop van het verhaal? Heeft ze complexe motivaties en relaties?
* De bedoelingen van de auteur: Is de auteur van plan een eenvoudig, stereotiep karakter te creëren, of een complexer en genuanceerd karakter?
Kortom, het antwoord op uw vraag hangt volledig af van de specifieke stiefmoeder waarnaar u verwijst en de context waarin zij bestaat.