Dit was een standaard framesnelheid voor animatie in de jaren negentig en wordt nog steeds vaak gebruikt.
Hoewel 24 fps naar huidige maatstaven misschien laag lijkt (films gebruiken nu vaak 24 of zelfs 48 fps), was het voldoende om in deze tekenfilms de illusie van vloeiende bewegingen te creëren. Animators gebruikten verschillende technieken om de vloeibaarheid te verbeteren, waaronder:
* Beperkte animatie: Bij deze techniek worden minder frames per seconde gebruikt voor statische scènes of momenten met minder beweging, en meer frames voor dynamische actiescènes.
* Animatiecycli: Dit zijn zich herhalende animatielussen die kunnen worden gebruikt om de illusie van continue beweging te creëren, zoals lopen of rennen.
* Zorgvuldige timing: Animators passen de timing van elk frame aan om het gewenste gevoel van snelheid en flow te creëren.
Uiteindelijk hebben deze factoren, gecombineerd met het kunstenaarschap en de vaardigheid van de animators, bijgedragen aan de vloeibaarheid en charme van deze klassieke tekenfilms.