Formeel:
* Geïnterviewde: Dit is de meest voorkomende en neutrale term.
* Respondent: Dit wordt vaak gebruikt in enquêtes en onderzoeken.
* Onderwerp: Deze term komt minder vaak voor en kan soms onpersoonlijk klinken.
* Bron: Dit wordt gebruikt wanneer de geïnterviewde informatie verstrekt voor een nieuwsverhaal of artikel.
Informeel:
* De persoon die wordt geïnterviewd: Dit is een eenvoudige en duidelijke optie.
* Het interviewonderwerp: Dit is vergelijkbaar met "onderwerp", maar minder formeel.
* De geïnterviewde: Dit is een meer informele manier om 'geïnterviewde' te zeggen.
Andere opties:
* Gast: Als het interview voor een podcast, radioprogramma of televisieprogramma is.
* Deelnemer: Als het interview deel uitmaakt van een groter onderzoek of evenement.
Welke term u het beste kunt gebruiken, hangt af van de specifieke situatie en de toon die u wilt overbrengen.