Gras:
* Zo groen als: smaragd, een vers gemaaid gazon, een klaverveld, een lenteweide
* Zo zacht als: fluweel, een babyhuidje, een veertje, een zomerbriesje
* Zo wild als: een jungle, een verward bos, een ongetemde manen
Sneeuw:
* Zo wit als: een duif, een laken, katoen, een winterlucht
* Zo koud als: ijs, de neus van een ijsbeer, een bevroren meer, een winternacht
* Zo stil als: een gefluister, een sneeuwval, een graf, een geest
Mist:
* Zo dik als: erwtensoep, mist, een deken, een wolk
* Zo etherisch als: een droom, een geest, rook, een sliert lucht
* Zo mysterieus als: een in mist gehuld bos, een geheim, een verborgen schat
Angst:
* Zo koud als: ijs, de blik van een slang, een winterwind, een spookhuis
* Zo zwaar als: een gewicht op je borst, een last, een steen, een donkere wolk
* Zo scherp als: een mes, een doorn, een schreeuw, een plotselinge schok
U kunt de vergelijking kiezen die het beste past bij de context en de toon die u wilt overbrengen.