* Hoop: Hoewel de hoop vaak broos en vluchtig was, klampte Eliezer zich vast aan de mogelijkheid van bevrijding, aangewakkerd door de kleine daden van vriendelijkheid waarvan hij getuige was en het gefluister van geruchten over naderende geallieerde troepen.
* Instinct: Eliezer beschrijft de mars als een strijd om te overleven, waarbij zijn lichaam bijna instinctief handelde, gedreven door een primaire behoefte om in leven te blijven. Hij duwde zichzelf buiten zijn grenzen en vertrouwde op zijn fysieke kracht en wilskracht.
* Broederschap: Het gedeelde lijden en de ontberingen van de mars bevorderden een gevoel van kameraadschap onder de gevangenen. Ze steunden elkaar, deelden voedsel en spraken bemoedigende woorden uit. Deze gedeelde ervaring zorgde voor een gevoel van solidariteit en doelgerichtheid.
* Geheugen: Eliëzer haalde vaak herinneringen op aan zijn vorige leven, waarbij hij kracht putte uit de herinneringen aan zijn familie en dierbaren. Deze herinneringen dienden, zelfs midden in de wanhoop, als een herinnering aan waar hij voor vocht.
Het is belangrijk op te merken dat de ervaring van Eliëzer zeer persoonlijk was en dat er geen enkele factor was die hem op de been hield. Zijn overleving was waarschijnlijk een combinatie van deze factoren, samen met een onverzettelijke vastberadenheid om te leven.