Eenvoudige zinnen:
* De vogels zongen lieflijk in de bomen. (10 lettergrepen)
* Een zacht briesje blies over het land. (10 lettergrepen)
* Hij liep langzaam het kronkelende pad af. (10 lettergrepen)
Complexere zinnen:
* De kinderen speelden vrolijk in het park. (10 lettergrepen)
* Ze glimlachte hartelijk naar het kleine meisje. (10 lettergrepen)
* De zon zakt langzaam achter de bergen. (10 lettergrepen)
Zinnen met een specifiek ritme of rijm:
* "Het was briljant, en de glibberige toves / Draaiden en gierden in de wabe." (uit "Jabberwocky" van Lewis Carroll)
* "De avondklok luidt de eindejaarsdag." (uit ‘Elegy Written in a Country Churchyard’ van Thomas Gray)
Je kunt veel meer zinnen met tien lettergrepen maken door simpelweg langere woorden en zinsdelen te gebruiken. Het is echter belangrijk op te merken dat het aantal lettergrepen niet altijd de belangrijkste factor is bij het creëren van een goed geschreven zin. De zin moet ook grammaticaal correct zijn en soepel verlopen.