1. Dramatische ironie:
* Hamlet's geveinsde waanzin: Het publiek is zich ervan bewust dat Hamlet doet alsof hij gek is, maar de personages op het podium, vooral Claudius en Polonius, zijn dat niet. Dit creëert een gevoel van verwachting en onzekerheid over de ware bedoelingen van Hamlet en de mogelijke gevolgen van zijn daden.
* Claudius' schuldgevoel: Claudius, hoewel hij uiterlijk zelfverzekerd lijkt, is zich voortdurend bewust van zijn misdaad en is bang voor ontmaskering. Het publiek, dat zijn schuld kent, begrijpt de ernst van elke situatie en anticipeert op zijn ondergang.
* De prestaties van de spelers: Het spel-in-een-stuk, 'The Mousetrap', is een briljant hulpmiddel om spanning op te bouwen. Het publiek weet dat het doel van het stuk is om Claudius' schuldgevoel bloot te leggen, maar we weten niet zeker hoe Claudius zal reageren. Dit voegt een laagje dramatische ironie toe en versterkt de spanning.
2. Onzekerheid en spannende scenario's:
* Hamlet's reis naar Engeland: Het plotselinge vertrek van Hamlet naar Engeland, met de brief van Claudius waarin om zijn dood wordt gevraagd, creëert een gevoel van urgentie en angst voor de veiligheid van Hamlet. Het publiek vraagt zich af of Hamlet zal overleven en hoe hij aan dit complot zal ontsnappen.
* Ophelia's waanzin: Ophelia's afdaling in waanzin, veroorzaakt door de dood van Polonius en de afwijzing van Hamlet, is een hartverscheurende en spannende wending in de gebeurtenissen. Haar kwetsbare toestand en de onzekerheid over haar lot dragen bij aan de algemene spanning van de daad.
* De ontdekking van het lichaam van Polonius: De ontdekking van het lichaam van Polonius, verborgen in de koninklijke kamer, zorgt voor een gevoel van shock en verwarring. De implicaties voor Hamlet en Claudius zijn onduidelijk, waardoor het publiek met de gevolgen moet worstelen en verdere conflicten moet anticiperen.
3. Escalerende inzet:
* Hamlet's conflict met Claudius: Hamlet's bedrog en zijn groeiende vastberadenheid om de dood van zijn vader te wreken, verhogen de inzet van hun conflict. Elke interactie tussen hen is beladen met spanning en angst, terwijl het publiek een gewelddadige confrontatie verwacht.
* De moord op Polonius: De dood van Polonius, een personage dat aanvankelijk onschuldig lijkt, verhoogt de inzet van het stuk en zorgt ervoor dat de acties van Hamlet steeds gevaarlijker lijken. Het geeft ook aan dat de gevolgen van Hamlets keuzes steeds ernstiger worden.
* De dreiging van Laertes: De introductie van Laertes, de wraakzuchtige zoon van Polonius, voegt nog een conflictlaag toe aan de toch al beladen situatie. Zijn verlangen naar wraak en zijn potentiële alliantie met Claudius zorgen voor een gevaarlijke en onvoorspelbare dynamiek.
Over het geheel genomen is Act 4 van Hamlet een meesterlijke demonstratie van hoe spanning kan worden opgebouwd door een combinatie van dramatische ironie, onzekerheid en escalerende belangen. Het laat het publiek voortdurend gespannen achter, anticiperend op de volgende gang van zaken en de gevolgen van de acties van Hamlet.