1. Om de troon veilig te stellen: Claudius, de oom van Hamlet, vermoordde koning Hamlet om zich de troon toe te eigenen en te trouwen met Gertrude, de moeder van Hamlet. Hij vreesde dat Hamlet, als de rechtmatige erfgenaam, uiteindelijk zijn misdaad aan het licht zou brengen en de troon voor zichzelf zou opeisen.
2. Om zichzelf te beschermen: Claudius wist dat Hamlet hem verdacht van de moord. Hij maakte zich voortdurend zorgen over het groeiende wantrouwen van Hamlet en het potentieel voor wraak. Door Hamlet uit te schakelen kon Claudius zijn eigen veiligheid garanderen en aan de macht blijven.
Naast deze primaire motivaties werd Claudius waarschijnlijk ook gedreven door de wens om:
* Zijn reputatie behouden: Claudius wilde gezien worden als een legitieme en machtige heerser, en de aanwezigheid van Hamlet bedreigde dit imago.
* Bescherm zijn huwelijk met Gertrude: Claudius voelde zich bedreigd door Hamlets gevoelens voor zijn moeder, waardoor hij vreesde dat Hamlet zou proberen hem omver te werpen en zijn moeder terug te winnen.
Uiteindelijk leidde Claudius' verlangen naar macht en overleving ertoe dat hij de moord op Hamlet beraamde, waardoor het tragische conflict ontstond dat de kern vormt van Shakespeares toneelstuk.