Jagen en zelfverdediging:
* Pijl en boog: De Ojibwe stonden bekend om hun vaardigheid met pijl en boog. Ze maakten bogen van verschillende houtsoorten zoals essen, iep en esdoorn, en pijlen van ceder, sparren of berken. Pijlpunten werden gemaakt van vuursteen, vuursteen, obsidiaan of bot.
* Speer: Gebruikt voor de jacht op groot wild, vooral bij ontmoetingen van dichtbij. Speren werden meestal gemaakt van hout met een puntige stenen punt.
* Atlatl: Dit werpapparaat werd gebruikt om de snelheid en nauwkeurigheid van speren te vergroten.
* Tomahawk: Hoewel de tomahawk voornamelijk wordt gebruikt voor nutstaken zoals hout hakken of graven, kan hij ook worden gebruikt als wapen in gevechten van dichtbij.
Oorlogvoering:
* Oorlogsclubs: Dit waren houten knuppels met verschillende vormen en maten, vaak versierd met stekels of messen.
* Messen: Deze waren meestal gemaakt van bot of steen en werden gebruikt voor gevechten van dichtbij.
* Schilden: Ojibwe-krijgers gebruikten schilden gemaakt van hout of dierenhuid om aanvallen af te weren.
* Clubs: Ze gebruikten ook knuppels gemaakt van hout of steen voor knuppelaanvallen.
Andere hulpmiddelen:
* Snaren: Ojibwe gebruikte strikken gemaakt van touw of pezen om klein wild te vangen.
* Vissen: Ze gebruikten ook vissperen, haken en netten om vis te vangen.
Het is belangrijk om te onthouden dat de specifieke wapens die door Ojibwe werden gebruikt, varieerden afhankelijk van de tijdsperiode, regio en persoon. Hun vaardigheden op het gebied van het maken van wapens waren zeer geavanceerd en aangepast aan hun omgeving en levensstijl.