Edmunds reactie op de ontdekking dat Aslan van steen was, wordt niet expliciet beschreven in het boek. We kunnen zijn gevoelens echter afleiden op basis van zijn karakterontwikkeling en de context van de scène:
* Teleurstelling: Edmund stond aanvankelijk sceptisch tegenover de macht van Aslan en hoopte mogelijk op een meer 'menselijke' of minder mythische figuur. De ontdekking dat Aslan een standbeeld was, had een bevestiging van zijn twijfels kunnen zijn.
* Verwarring: De plotselinge verdwijning van Aslan en zijn transformatie in steen zouden voor Edmund verbijsterend en verwarrend zijn geweest, vooral nadat hij Aslans aanwezigheid en macht had ervaren.
* Angst: Het zien van Aslan als een levenloos standbeeld zou Edmunds angst over het gevaar waarin hij verkeerde, kunnen hebben vergroot, vooral nadat hij tegenover de Witte Heks stond.
* Acceptatie: Ondanks de aanvankelijke schok was Edmund uiteindelijk een trouwe volgeling van Aslan. Waarschijnlijk accepteerde hij de situatie als onderdeel van Aslans plan, ook al begreep hij het niet helemaal.
Uiteindelijk zou Edmunds reactie een mix van teleurstelling, verwarring, angst en acceptatie zijn geweest. Hij zou de situatie hebben verwerkt terwijl hij vasthield aan het geloof dat hij in Aslan was gaan ontwikkelen.