Moed:
* Een comfortabel leven achterlaten voor de armen: Day liet een succesvolle schrijfcarrière en een comfortabel leven in Greenwich Village achter om zich te wijden aan het helpen van armen en daklozen. Dit vereiste enorme moed, omdat het betekende dat het persoonlijke comfort moest worden opgeofferd en dat er maatschappelijke afkeuring moest plaatsvinden.
* Opkomen voor sociale rechtvaardigheid: Day was een uitgesproken pleitbezorger voor kwesties op het gebied van sociale rechtvaardigheid, waaronder pacifisme, de rechten van werknemers en rassengelijkheid. Ze werd gearresteerd en gevangengezet vanwege haar activisme, waarbij ze blijk gaf van onwankelbare moed ondanks tegenslagen.
* Vechten tegen de status quo: Day daagde de heersende maatschappelijke normen uit, met name de nadruk op individualisme en materialisme. Ze geloofde in het belang van gemeenschap en eenvoudig leven, een standpunt dat aanzienlijke moed vereiste om vol te houden.
Kracht:
* Opbouw van de Katholieke Arbeidersbeweging: Day richtte de katholieke arbeidersbeweging op, die voedsel, onderdak en steun bood aan de armen en gemarginaliseerden. Dit vereiste enorme kracht, zowel fysiek als emotioneel, omdat ze talloze obstakels en uitdagingen moest overwinnen.
* Volharden ondanks ontberingen: Day en haar collega's werden geconfronteerd met armoede, discriminatie en sociale afwijzing. Ondanks deze ontberingen bleven ze doorgaan met hun missie, gevoed door hun toewijding om anderen te helpen.
* Haar geloof en toewijding behouden: Day's geloof in God en haar onwankelbare geloof in de inherente waardigheid van alle mensen waren haar leidende principes. Ze bleef sterk in haar overtuigingen, zelfs als ze met kritiek en tegenstand te maken kreeg.
Vertrouwen:
* Vertrouwen op God: Day geloofde dat God voor haar en haar collega’s zou zorgen, zelfs ondanks armoede en onzekerheid. Dit vertrouwen in een hogere macht was cruciaal voor haar doorzettingsvermogen.
* Vertrouwen in de kracht van de gemeenschap: Day begreep het belang van gemeenschap en geloofde dat mensen die samenwerken een betere wereld konden creëren. Ze vertrouwde op het vermogen van haar collega’s en vrijwilligers om bij te dragen aan de beweging.
* Vertrouwen in de inherente goedheid van mensen: Day geloofde in de inherente goedheid van alle mensen, zelfs degenen die gemarginaliseerd waren of het moeilijk hadden. Dit vertrouwen stelde haar in staat iedereen met respect en medeleven te behandelen, ongeacht hun achtergrond of omstandigheden.
Het leven van Dorothy Day is een bewijs van de kracht van moed, kracht en vertrouwen. Haar niet aflatende inzet om de armen en gemarginaliseerden te dienen, zelfs ondanks enorme tegenslagen, blijft mensen over de hele wereld inspireren.