De omgeving en sfeer: Het verhaal speelt zich af in een donkere en stormachtige omgeving, een kenmerk van de gotische literatuur. Deze sfeer, gecombineerd met het isolement van de personages, zorgt voor een gevoel van angst en onbehagen. De inleiding beschrijft een "sombere nacht" met een "hevige storm" die woedt, die de innerlijke onrust van de personages weerspiegelt en het toneel vormt voor de angstaanjagende gebeurtenissen die zich zullen ontvouwen.
Het bovennatuurlijke en het macabere: Het uitgangspunt van *Frankenstein* betreft het bovennatuurlijke, met de schepping van een wezen uit de dood. Dit sluit aan bij de gotische fascinatie voor het groteske, het griezelige en het verkennen van de grenzen tussen leven en dood.
Het thema van isolatie en vervreemding: Frankenstein, de schepper, en zijn schepsel zijn beide diep geïsoleerde figuren, die worstelen met de gevolgen van hun daden en gemeden worden door de samenleving. Dit thema van sociale uitsluiting en de zoektocht om erbij te horen is een sleutelelement van de gotische literatuur, vaak onderzocht aan de hand van de ervaringen van onbegrepen of gemarginaliseerde karakters.
De psychologische verkenning van schuldgevoel en wroeging: De inleiding benadrukt het diepe schuldgevoel en de wroeging die Frankenstein ervaart nadat hij zijn creatie tot leven heeft gebracht. Deze focus op de psychologische gevolgen van het bovennatuurlijke is kenmerkend voor de gotische literatuur, waar personages vaak worden achtervolgd door hun daden uit het verleden en gedreven door een gevoel van schuld en angst.
Het belang van dromen en verbeelding: Het ontstaan van de roman wordt toegeschreven aan een droom die Shelley had, waarin het idee van een ‘afschuwelijk fantoom’ werd geboren. Deze nadruk op dromen en verbeelding sluit aan bij de focus van de gotische traditie op het onderbewustzijn, het irrationele en de kracht van de verbeelding.
De rol van het sublieme: Shelley's beschrijving van de storm en de creatie van het monster roept een gevoel van het sublieme op, een concept dat centraal staat in de gotische literatuur. Het sublieme verwijst naar ervaringen die ontzag, angst en een gevoel van de overweldigende kracht van de natuur oproepen.
In wezen vormt Mary Shelley's inleiding tot *Frankenstein* het toneel voor een klassieke gotische roman, waarin thema's als isolatie, het bovennatuurlijke, schuldgevoel en het sublieme worden geïntroduceerd. Door het verhaal in een droomachtige sfeer en een omgeving van duisternis en storm te kaderen, creëert Shelley op vakkundige wijze een huiveringwekkend en onvergetelijk verhaal dat perfect aansluit bij de conventies van het gothic-genre.