* De King-Byng-affaire: De meest opvallende gebeurtenis was de King-Byng-affaire , wat een constitutionele crisis met zich meebracht. King, de leider van de Liberale Partij, was bij de verkiezingen van 1925 verslagen, maar weigerde af te treden als premier. Hij probeerde het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen te houden, maar de gouverneur-generaal, Lord Byng, weigerde op advies van de conservatieve leider Arthur Meighen. Dit leidde tot een groot debat over de rol van de gouverneur-generaal en de premier, en leidde uiteindelijk tot nieuwe verkiezingen waarin de liberalen de overwinning behaalden.
* De federale verkiezingen van 1926: Na de King-Byng-affaire werden in 1926 nieuwe verkiezingen gehouden . Deze verkiezingen werden gezien als een referendum over de constitutionele crisis, waarbij de liberalen uiteindelijk een beslissende overwinning behaalden, waardoor King weer aan de macht kon komen als premier.
* De "Nationalistische" regering: Na de verkiezingen vormde King een ‘nationalistische’ regering, waarin vertegenwoordigers van verschillende partijen zitting hadden. Dit werd gezien als een manier om het land te verenigen en de nationale eenheid te bevorderen.
Deze gebeurtenissen hadden een diepgaande invloed op de Canadese politiek en het constitutionalisme, waardoor de macht van de premier werd versterkt en precedenten werden geschapen voor toekomstige interacties tussen de gouverneur-generaal en de regering.