Instelling:
* Het laboratorium: Het laboratorium van Victor Frankenstein is met zijn ‘ellendige’, ‘eenzaamheid’ en ‘sombere’ sfeer een klassieke gotische setting. Het vertegenwoordigt de duistere en gevaarlijke aard van wetenschappelijke ambitie en het isolement van het individu dat verboden kennis nastreeft.
* De nacht: Het hoofdstuk speelt zich 's nachts af, een tijd die in de gotische literatuur vaak wordt geassocieerd met het bovennatuurlijke. De duisternis laat het onbekende floreren en versterkt het gevoel van angst en gevaar.
* De storm: De ‘stormachtige nacht’ draagt bij aan het gevoel van onbehagen en is een voorafschaduwing van de tumultueuze gebeurtenissen die gaan komen. Stormen zijn een veel voorkomend motief in de gotische literatuur en symboliseren vaak de verstoring van de orde en het vrijkomen van oerkrachten.
Karakter:
* Victor Frankenstein: Victor's karakter wordt gevoed door ambitie, obsessie en een roekeloze minachting voor de gevolgen van zijn daden. Dit maakt hem tot een klassieke gotische protagonist, gedreven door een verlangen naar kennis dat uiteindelijk tot zijn ondergang leidt.
* Het wezen: The Creature, tot leven gebracht door Victor's experimenten, is een typisch gotisch monster. Hij is zowel angstaanjagend als beklagenswaardig en belichaamt de thema's vervreemding, monsterlijkheid en de gevolgen van de hoogmoed van de mensheid.
Thema's:
* Het bovennatuurlijke: De schepping van het schepsel, een levend wezen uit levenloze materie, daagt de grenzen van wetenschap en moraliteit uit. Het roept vragen op over de grenzen van de menselijke kennis en de mogelijkheid van onbedoelde gevolgen.
* Isolatie en vervreemding: Zowel Victor als het Schepsel ervaren een diepgaand isolement. Victor isoleert zichzelf in zijn zoektocht naar wetenschappelijke kennis, terwijl het wezen wordt gemeden en verbannen vanwege zijn uiterlijk. Dit isolement onderstreept de thema’s eenzaamheid, wanhoop en de zoektocht om erbij te horen.
* Het groteske en het sublieme: Het uiterlijk van het wezen, beschreven als ‘verschrikkelijk’ en ‘afschuwelijk’, is grotesk en verontrustend. Toch zijn er ook elementen van het sublieme in zijn creatie, die het ontzag en de verwondering weerspiegelen die gepaard kunnen gaan met de verkenning van het onbekende.
Stijl:
* Spannende en suggestieve taal: Shelley gebruikt levendige beelden en spannende beschrijvingen om een gevoel van angst en verwachting te creëren. Ze beschrijft het laboratorium bijvoorbeeld als 'een kamer van verschrikkingen' en het wezen als 'een demonische creatie'.
* Gotische beelden: Het hoofdstuk is gevuld met gotische beelden, zoals 'zwart' en 'dood', die het gevoel van duisternis en wanhoop versterken.
* Het thema van de dubbel: Victor's creatie van het wezen kan worden gezien als een weerspiegeling van zijn eigen innerlijke duisternis en het potentieel voor kwaad in hem. Dit thema van de dubbel is een veel voorkomend motief in de gotische literatuur en vertegenwoordigt de donkere kant van de menselijke natuur.
Over het geheel genomen is hoofdstuk vijf van "Frankenstein" een overtuigend voorbeeld van gotische literatuur, waarbij de elementen ervan effectief worden gebruikt om een sfeer van horror, spanning en morele ambiguïteit te creëren. Het onderzoekt thema's als wetenschap, natuur, moraliteit en de menselijke conditie, waardoor het een tijdloos en duurzaam literair werk is.