Hier ziet u hoe:
* De oorspronkelijke aanname van de man: De man denkt dat hij zijn bijl alleen kan identificeren op basis van zijn grootte en vorm. Hij gaat ervan uit dat alle assen uniek zijn en dat de zijne gemakkelijk te onderscheiden zijn.
* Het bewijs: Ondanks de zelfverzekerde conclusie van de man wijst zijn buurman erop dat veel bijlen qua grootte en vorm erg op elkaar lijken. Dit bewijsmateriaal is rechtstreeks in tegenspraak met de veronderstelling van de man.
* De weigering van de man om het bewijsmateriaal te erkennen: De man blijft koppig vasthouden aan zijn aanvankelijke overtuiging en negeert het gepresenteerde bewijsmateriaal. Hij probeert het zelfs te rationaliseren door te zeggen dat hij zijn bijl van anderen kan onderscheiden door zijn 'eigenaardige gespikkelde uiterlijk'.
Deze anekdote laat zien dat zelfs als we ordelijker en logischer proberen te zijn, we nog steeds verblind kunnen worden door onze eigen aannames en vooroordelen. Het benadrukt het belang van openstaan voor nieuwe informatie en het kritisch evalueren van onze eigen overtuigingen, zelfs als deze intuïtief voor de hand liggend lijken.