1. Eenvoudig, suggestief taalgebruik:
* "Bruno was negen jaar oud toen de wereld op zijn kop stond." Deze openingszin is eenvoudig maar krachtig. Het gebruik van ‘ondersteboven’ roept beelden op van chaos en desoriëntatie, en geeft meteen de ernst weer van de situatie waarmee Bruno wordt geconfronteerd.
* "Niet dat Bruno wist wat dat betekende." Deze eenvoudige zin onthult Bruno's onschuld en naïviteit. De lezer voelt onmiddellijk een gevoel van sympathie en bezorgdheid voor deze jonge jongen, die zich niet bewust is van de verschrikkingen die hij binnenkort zal tegenkomen.
2. Zintuiglijke details:
* "Bruno, die zonder zijn ouders nooit buiten zijn eigen huis was geweest, moest in een huis wonen zonder tuin, zonder schommel, zonder vriendelijke bomen." Deze beschrijving roept een gevoel van verlies en verdriet op. De afwezigheid van vertrouwd comfort benadrukt het schril contrast tussen Bruno's vorige leven en zijn nieuwe realiteit.
* "De muren, ooit versierd met foto's van familie en vrienden, stonden nu kaal en koud." Dit detail schetst een levendig beeld van de leegte en verlatenheid die Bruno moet doorstaan. De beelden roepen een gevoel van eenzaamheid en emotionele kilheid op, waardoor bij de lezer een onheilspellend gevoel ontstaat.
3. Gebruik van personificatie:
* "Het huis leek zijn adem in te houden." De personificatie van het huis zorgt voor een gevoel van spanning en onbehagen. Het suggereert dat het huis zelf zich bewust is van de verschrikkingen die plaatsvinden, wat bijdraagt aan de verontrustende sfeer.
4. Contrast en nevenschikking:
* "Bruno moest in een huis wonen zonder tuin, zonder schommel, zonder vriendelijke bomen...Hij moest in een huis wonen dat op een gevangenis leek, met prikkeldraadhekken en soldaten die buiten op en neer marcheerden." Deze combinatie tussen Bruno's verlangen naar eenvoudige genoegens en de harde realiteit van zijn nieuwe omgeving benadrukt het grote verschil tussen zijn verwachtingen en zijn realiteit. Het onderstreept het gevoel van verlies en opsluiting dat Bruno ervaart.
5. Empathie opbouwen:
* "Hij wenste dat hij een hond had om mee te spelen, of een kat om te achtervolgen, of een vriend om mee te praten." Deze eenvoudige lijn roept een gevoel van eenzaamheid en verlangen op. De lezer identificeert zich met Bruno's verlangen naar gezelschap en normaliteit, waardoor de empathie voor zijn situatie verder wordt opgebouwd.
Door zijn woorden en beelden zorgvuldig te kiezen, brengt Boyne op effectieve wijze de impact van de gebeurtenissen op Bruno's leven over, waardoor een gevoel van onbehagen en verwachting ontstaat dat de lezer het verhaal in trekt. Dit bekwame gebruik van emotionele taal vormt de basis voor een krachtig verhaal dat thema's als onschuld, onwetendheid en de verwoestende gevolgen van vooroordelen onderzoekt.