Hier zijn de belangrijkste beschuldigingen die Pinchot tegen Ballinger heeft geuit:
* Illegale verkoop van openbare gronden: Pinchot beweerde dat Ballinger illegaal de verkoop van waardevolle steenkoolgronden in Alaska aan particuliere bedrijven had toegestaan, waaronder bedrijven die banden hadden met zijn voormalige juridische partner, JP Morgan. Hij betoogde dat dit een flagrant misbruik van publieke middelen voor particulier gewin was.
* Favoritisme en corruptie: Pinchot beweerde dat Ballinger particuliere belangen bevoordeelde boven het algemeen belang door openbare gronden open te stellen voor ontwikkeling zonder de juiste milieuwaarborgen. Hij beschuldigde Ballinger ervan beïnvloed te worden door bedrijfsbelangen en zijn ogen te sluiten voor mogelijke milieuschade.
* Onderdrukking van natuurbehoudsinspanningen: Pinchot geloofde dat Ballinger actief de natuurbehoudsinspanningen van de Forest Service en andere overheidsinstanties ondermijnde. Hij vond dat Ballinger meer geïnteresseerd was in het bevorderen van de winning van hulpbronnen dan in het beschermen van natuurlijke hulpbronnen voor toekomstige generaties.
Ballinger ontkende deze beschuldigingen heftig en voerde aan dat hij alleen maar de wet volgde en de economische ontwikkeling bevorderde. Hij beweerde ook dat Pinchot werd gemotiveerd door politieke ambitie en de wens om zijn gezag te ondermijnen.
De nasleep:
De controverse tussen Ballinger en Pinchot werd een groot politiek schandaal, waardoor de Republikeinse Partij verdeeld werd en leidde tot het aftreden van Pinchot bij de Forest Service. Hoewel Ballinger door een onderzoek van het Congres werd vrijgesproken, heeft de controverse uiteindelijk zijn reputatie aangetast en bijgedragen aan de afname van de populariteit van president Taft.
De betekenis:
De Ballinger-Pinchot-controverse benadrukte het groeiende conflict tussen natuurbehoud en de ontwikkeling van hulpbronnen in het begin van de 20e eeuw. Het legde ook de machtsstrijd tussen verschillende facties binnen de Republikeinse Partij bloot en de toenemende invloed van bedrijfsbelangen in de regering.
Het debat rond de controverse heeft uiteindelijk bijgedragen aan de opkomst van de progressieve beweging en de ontwikkeling van strengere wetten op het gebied van milieubescherming.