Angst en afstoting:
* Utterson: Hoewel Utterson aanvankelijk nieuwsgierig was en wilde helpen, walgt en is hij steeds meer geschokt door de acties van Hyde en het kwaad dat van hem uitstraalt. Zijn onderzoek wordt gedreven door plichtsbesef en een overweldigende afkeer.
* Anderen: Veel mensen reageren met onmiddellijke angst en afkeer op Hyde en vinden hem fysiek weerzinwekkend. Er wordt beschreven dat hij een "aapachtig" uiterlijk heeft en een verontrustende uitstraling die angst opwekt. Hij wordt vaak ‘walgelijk’, ‘slecht’ en ‘verschrikkelijk’ genoemd.
Wantrouwen en achterdocht:
* Het publiek: Hyde's acties en gewelddadige neigingen maken hem tot een figuur van achterdocht en angst binnen de gemeenschap. Het publiek is doodsbang voor hem en het onbekende kwaad dat hij vertegenwoordigt. Deze angst wordt versterkt door zijn gebrek aan uitleg en zijn vermogen om spoorloos te verdwijnen.
Nieuwsgierigheid en fascinatie:
* Lanyon: Hoewel hij ook een afkeer heeft van Hyde, voelt Lanyon zich uit nieuwsgierigheid gedwongen om getuige te zijn en zelfs met hem te communiceren. Dit verlangen om het mysterie van Hyde te begrijpen leidt uiteindelijk tot zijn eigen ondergang.
* Pool: Poole, de dienaar van Dr. Jekyll, is aanvankelijk bang voor Hyde, maar raakt later betrokken bij het onderzoek, wat blijk geeft van plichtsbesef en nieuwsgierigheid.
Verwarring en verbijstering:
* De slachtoffers: Degenen die lijden onder de handen van Hyde ervaren vaak een mengeling van angst en verwarring. Ze hebben moeite om het geweld te begrijpen dat hen door zo’n ogenschijnlijk onopvallende figuur wordt aangedaan.
Uiteindelijk zijn de reacties op de heer Hyde een weerspiegeling van de diepgewortelde angst voor het onbekende en het aangeboren menselijke vermogen tot zowel goed als kwaad. Zijn bestaan daagt de morele orde van de samenleving uit, waardoor mensen worstelen met de verontrustende realiteit dat zelfs ogenschijnlijk respectabele individuen monsterlijke geheimen kunnen herbergen.