* De hut zelf: De cabine, hoewel levenloos, lijkt vaak een eigen persoonlijkheid te hebben. Greg beschrijft het als ‘griezelig’ en ‘somber’, bijna alsof het hem actief probeert een ongemakkelijk gevoel te geven.
* Het weer: Greg portretteert het weer vaak als een antagonist. Hij beschrijft de sneeuw als ‘zich opstapelt’ en de kou als ‘bijtend’. Dit wekt de indruk dat het weer hem en zijn plannen actief tegenwerkt.
* De "cabinekoorts": Hoewel het geen letterlijk wezen is, wordt het gevoel van cabinekoorts zelf wel gepersonifieerd. Greg beschrijft het als iets dat hem 'bekruipt' en hem een rusteloos en prikkelbaar gevoel geeft.
Het is belangrijk op te merken dat dit nogal subtiele personificaties zijn, die meer lijken op het geven van menselijke kenmerken aan levenloze objecten of concepten dan op volwaardige figuratieve taal.
Heeft u nog andere voorbeelden uit 'Cabin Fever' die u wilt bespreken?