Dit is wat ze zagen:
* Een lange, imposante figuur: Het wezen wordt beschreven als "gigantisch" en "afschuwelijk", met een "wild, onaards" uiterlijk.
* Een treurige en eenzame figuur: Walton observeert de ‘melancholische’ uitdrukking van het wezen en merkt zijn ‘eenzame en ellendige’ bestaan op.
* Een krachtig wezen: De kracht en behendigheid van het wezen worden duidelijk als hij moeiteloos op de ijsberg klimt.
* Een wezen dat in staat is tot intense emoties: Walton ziet het wezen "zijn handen wringen van de pijn" en hoort hem "diep gekreun uiten".
Belangrijke opmerking: Deze ontmoeting vindt niet persoonlijk plaats. Walton ziet het wezen alleen van ver. Hij begrijpt het verhaal van het wezen ook niet volledig totdat Victor Frankenstein het hem later onthult.
Deze waarneming is cruciaal voor het verhaal van de roman. Het creëert een gevoel van mysterie en is een voorafschaduwing van de gruwel die Victor later aan Walton zal vertellen.