1. Het kind :"miauwen en kotsen in de armen van de verpleegster"
2. De schooljongen :"met stralend ochtendgezicht, kruipend als een slak / ongewild naar school"
3. De minnaar :"zuchtend als een oven, met een treurige ballad / naar de wenkbrauw van zijn minnares"
4. De soldaat :"vol vreemde eden, met baard van formele snit"
5. De gerechtigheid :"in een mooie ronde buik met een goede kapoenlijn, / met ernstige ogen en een formele snit"
6. De Pantalone :"met bril op neus, met buidel aan zijn zij"
7. De tweede kinderachtigheid :"zonder tanden, zonder ogen, zonder smaak, zonder alles"