Belangrijkste bijdragen:
* Ontdekking van het elektron: In 1897 voerde Thomson experimenten uit met kathodestraalbuizen, waaruit bleek dat kathodestralen waren samengesteld uit negatief geladen deeltjes, die hij 'bloedlichaampjes' noemde. Deze deeltjes werden later herkend als elektronen.
* Pruimenpuddingmodel van het atoom: Thomson stelde het 'pruimenpuddingmodel' van het atoom voor, wat suggereerde dat het atoom een positief geladen bol was met negatief geladen elektronen erin ingebed, zoals pruimen in een pudding.
* Positieve stralen: Thomson onderzocht ook "positieve stralen" (later geïdentificeerd als positief geladen ionen) die hij in 1898 ontdekte. Hij bepaalde hun lading-massa-verhouding en toonde aan dat ze konden worden afgebogen door elektrische en magnetische velden.
* Isotopen: Door zijn onderzoek naar positieve stralen realiseerde Thomson zich dat verschillende elementen atomen konden hebben met dezelfde chemische eigenschappen maar met verschillende massa's. Hij noemde deze verschillende vormen 'isotopen', waarvan we nu weten dat het atomen zijn van hetzelfde element met verschillende aantallen neutronen.
Prijzen en onderscheidingen:
* Nobelprijs voor natuurkunde (1906)
* Ridder Bachelor (1908)
* Orde van Verdienste (1908)
* Cavendish hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Cambridge (1884-1918)
Veroudering:
Thomsons werk bracht een revolutie teweeg in ons begrip van het atoom en de aard van de materie. Zijn ontdekking van het elektron legde de basis voor de moderne atoomfysica en kwantummechanica. Hij wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke natuurkundigen van de 20e eeuw.