Hier is een voorbeeld:
* Annemarie begrijpt het volledige gevaar van de nazi's niet. Ze weet dat ze slecht zijn, maar ze begrijpt niet helemaal de omvang van hun wreedheid en hun vermogen om iemands leven te ontnemen. Dit wordt duidelijk als ze haar moeder vraagt:"Waarom zijn de Duitsers zo gemeen?" (Hoofdstuk 4). Haar naïviteit zorgt voor spanning omdat de lezer de gevaren kent, terwijl Annemarie er gelukzalig onbewust van blijft. Dit contrast houdt de lezer gespannen en vraagt zich af wanneer haar onschuld zal worden verbrijzeld en hoe ze zal reageren als dat zo is.
Dit is hoe Annemarie's beperkte begrip bijdraagt aan de spanning:
* Informatiehiaten: Het gebrek aan begrip van Annemarie creëert informatielacunes die de lezer kan invullen, wat leidt tot anticipatie en speculatie over wat er daarna zal gebeuren.
* Valse hoop: Haar optimistische perspectief kan een gevoel van valse hoop creëren dat snel de grond in kan worden geboord, waardoor de spanning nog groter wordt.
* Empathie en verbinding: Lezers voelen zich verbonden met Annemarie's onschuld en kwetsbaarheid, waardoor de inzet hoger aanvoelt en het verhaal emotioneel geladener wordt.
* Onzekerheid over de uitkomst: De beperkte kennis van Annemarie maakt de uitkomst van het verhaal onzeker. Zal ze haar vriendin kunnen helpen, of komt ze in het kruisvuur terecht?
Over het geheel genomen is Annemarie's onvolledige begrip van de gebeurtenissen om haar heen een cruciaal element bij het creëren van spanning. Het stelt de lezer in staat het verhaal door haar ogen te ervaren, de angst en onzekerheid te voelen waarmee ze wordt geconfronteerd, terwijl ze ook op de hoogte is van informatie die ze niet heeft. Deze leemte in kennis intensiveert de betrokkenheid van de lezer en houdt hem tot het einde op het puntje van zijn stoel.