Een gedicht dat een zeer formeel en verheven woordregister gebruikt, kan bijvoorbeeld een gevoel van ernst of grootsheid creëren, terwijl een gedicht dat een zeer informeel en informeel woordregister gebruikt, een gevoel van intimiteit of vertrouwdheid kan creëren. Het woordregister van een gedicht kan ook worden gebruikt om ironie of humor te creëren, door taal te gebruiken die onverwacht of misplaatst is.
Hier zijn enkele voorbeelden van verschillende woordregisters in poëzie:
* Formeel en verheven:
* "Ik heb het klokkenspel om middernacht gehoord,
Beheersing van de lucht,
En zag de ochtend aanbreken,
Zilverzoet en zeldzaam."
(Alfred, Lord Tennyson, "In Memoriam A.H.H.")
* Informeel en informeel:
* "Ik ben een wandelende man, ik ben een gokkende man,
Ik ben een eenling, ik ben een zwerver,
Ik ben een rebel, ik ben een rover."
(Hank Williams, "Ik ben een Ramblin' Man")
* Ironisch of humoristisch:
* "De avondklok luidt de dood van de afscheidsdag,
De loeiende kudde slingert langzaam over het loof,
De ploeger naar huis ploetert zijn vermoeide weg,
En laat de wereld over aan de duisternis en aan mij."
(Thomas Gray, "Elegie geschreven op een kerkhof op het platteland")
Het woordregister van een gedicht is een belangrijk element bij het creëren van de algemene betekenis en het effect van het gedicht, en kan worden gebruikt om een verscheidenheid aan verschillende tonen en sferen te creëren.