* Trauma en misbruik: Erik's geschiedenis omvat aanzienlijke trauma's. Er wordt aangetoond dat hij anderen, in het bijzonder Paul Fisher, fysiek mishandelt en gewelddadige uitbarstingen heeft. Dit wijst op een mogelijkheid van misbruik in het verleden, mogelijk door toedoen van zijn vader, wat een belangrijke factor zou kunnen zijn in zijn mentale toestand.
* Gebrek aan ouderlijke steun: Erik mist een sterke ouderfiguur in zijn leven. Zijn vader is afwezig en emotioneel afstandelijk, terwijl zijn moeder lijkt te worstelen met haar eigen persoonlijke problemen, waardoor hij beperkte steun en begeleiding heeft. Dit gebrek aan steun zou verder kunnen bijdragen aan zijn emotionele en gedragsproblemen.
* Familiegeschiedenis: De roman verwijst naar een geschiedenis van psychische aandoeningen in de familie van Erik. Dit zou kunnen duiden op een genetische aanleg die hem kwetsbaarder maakt voor het ontwikkelen van soortgelijke problemen.
* Geïnternaliseerde woede en frustratie: Eriks gedrag lijkt vaak ingegeven door een diepgewortelde woede en frustratie. Deze woede kan voortkomen uit het feit dat hij zich machteloos, ongezien en ongehoord voelt. Hij voelt wrok jegens zijn broer Paul, die door hun ouders wordt geprezen en begunstigd. Deze geïnternaliseerde woede zou kunnen bijdragen aan zijn destructieve en gewelddadige acties.
Het is belangrijk om te onthouden dat 'Tangerine' een fictief verhaal is. De roman concentreert zich op de impact van Eriks gedrag en de psychologische tol die het eist van de mensen om hem heen. De roman heeft niet tot doel een definitieve diagnose of verklaring te bieden voor Eriks toestand.
Uiteindelijk wordt Eriks geestesziekte gepresenteerd als een complex en veelzijdig probleem, waarschijnlijk beïnvloed door een combinatie van factoren, in plaats van een enkele, gemakkelijk identificeerbare oorzaak.