1. De formele ceremonie waarbij een vorst wordt gekroond. Dit is de meest voorkomende betekenis van het woord. Het is een traditioneel evenement waarbij een nieuwe koning of koningin officieel wordt bekleed met de kroon en andere symbolen van koninklijke macht.
2. De handeling van het bekronen of beleggen met een kroon. Deze betekenis wordt vaak in figuurlijke zin gebruikt, zoals 'de kroning van een nieuwe kampioen'.
3. De periode waarin een monarch wordt gekroond. Met ‘het kroningsjaar’ wordt bijvoorbeeld verwezen naar het jaar waarin de kroning plaatsvindt.
4. Een kroon zelf. Dit gebruik komt minder vaak voor, maar kan voorkomen in historische of literaire contexten.
In wezen betekent 'kroning' de formele vestiging van een nieuwe monarch en de machtsoverdracht.
Het is een diep symbolische en belangrijke gebeurtenis in veel culturen en samenlevingen, waarbij vaak uitgebreide rituelen en tradities betrokken zijn.