* Blinde gehoorzaamheid aan Voldemort: Bellatrix was een fervent volgeling van Voldemort en geloofde in zijn visie van een volbloed tovenaarswereld. Ze zag Sirius als een verrader van de zaak, nadat hij valselijk werd beschuldigd van de moord op Peter Pippeling en het toetreden tot de Orde van de Feniks.
* Persoonlijke vijandigheid: Bellatrix was altijd een wreed en sadistisch persoon geweest. Ze koesterde een diepgewortelde haat tegen Sirius, die voortkwam uit hun familierivaliteit en zijn associatie met de Lichtkant. Ze genoot van de gelegenheid om hem pijn en lijden toe te brengen.
* Verlangen naar goedkeuring: Bellatrix hunkerde naar de goedkeuring van Voldemort en zag dit als een kans om haar loyaliteit te bewijzen. Door een lid van de Orde te vermoorden, demonstreerde ze haar toewijding aan de zaak van de Heer van het Duister.
* Grootsheidswaanzin: Bellatrix geloofde dat ze superieur was aan haar neven en zag zichzelf als een echte volgeling van Voldemort en Sirius als een zwakkeling. Ze beschouwde de moord als een manier om haar dominantie te laten gelden en zichzelf te vestigen als een machtige figuur in de gelederen van de Dark Lord.
Het is belangrijk om te onthouden dat de acties van Bellatrix niet werden gedreven door logica of rede, maar door een verwrongen gevoel van loyaliteit, haat en een verlangen om haar waarde aan Voldemort te bewijzen. Haar acties waren een product van haar diep gestoorde persoonlijkheid en haar niet aflatende toewijding aan de zaak van de Heer van het Duister.