Door het hele sonnet heen benadrukt de spreker hoe belangrijk het is om trouw te zijn aan jezelf en je niet voor de gek te laten houden door uiterlijke schijn. Hij waarschuwt de lezer dat degenen die mooi zijn van buiten, maar slecht van binnen, als ‘geschilderde graven’ zijn, die er van buiten mooi uitzien, maar van binnen vol dode botten zijn. Hij vergelijkt deze mensen ook met ‘valse parfumeurs’, die parfum verkopen dat lekker ruikt maar eigenlijk schadelijk is.
De spreker beëindigt het sonnet door te zeggen dat hij liever "buiten beschouwing wordt gelaten" dan zoals deze mensen te zijn. Hij is liever niemand, zegt hij, dan iemand die niet is wat hij lijkt.
Hier zijn enkele belangrijke regels uit het sonnet die deze thema’s illustreren:
* "Wat kan mij dat schelen, die mij goed of eerlijk noemt,/die mijn zwakheden kent en mijn waarde kan beoordelen?/Ik vergeef hem, ook al is hij niet eerlijk,/want in mijn ogen is zijn schoonheid ongeëvenaard."
* "Maar krijg hier toch de schuld van - dat ik traag ben/die mooie ogen van jou met tranen zegen,/en langzaam mijn gedachten op de ellende van anderen richt."
* "Maar wees tevreden met de dood, want ze moet leven;/Je naam is eerlijk, hoewel ze de rest neemt;/Dit, in de naam van God, smeek ik je,/Laat haar niet van je houden, anders zal zij ook liefhebben veel."
Sonnet 147 is een krachtige verkenning van het contrast tussen uiterlijke schijn en innerlijke realiteit. De boodschap van de spreker is dat het belangrijk is trouw te blijven aan jezelf en je niet te laten misleiden door uiterlijke schijn. Het is beter om niemand te zijn, zegt hij, dan iemand te zijn die niet is wat hij lijkt.