Hier volgt een overzicht van de factoren waarmee u rekening moet houden:
1. Incidenttype:
* Noodreactie: Bij calamiteiten neemt de aangewezen Incident Commander (IC) de leiding over. De IC is doorgaans een getrainde professional met de ervaring en autoriteit om de respons te sturen.
* Zakelijk incident: Bij bedrijfsverstoringen of interne incidenten kan de chef een afdelingshoofd, een senior manager of een aangewezen teamleider voor crisismanagement zijn.
2. Organisatiestructuur:
* Hiërarchisch: Grotere organisaties hebben vaak een duidelijk gedefinieerde commandostructuur, waarbij de chef iemand aan de top van de hiërarchie is.
* Afgevlakt: In kleinere organisaties of teams kan het leiderschap worden gedeeld of rouleren op basis van expertise.
3. Specifieke verantwoordelijkheden:
* Incidentbeheer: De chef moet verantwoordelijk zijn voor het algehele incidentbeheer, inclusief communicatie, coördinatie en toewijzing van middelen.
* Beoordeling na actie: De chef kan dezelfde persoon zijn die de incidentrespons heeft geleid, maar het kan ook iemand anders zijn die zich richt op analyse en verbetering.
Samengevat:
* Er bestaat geen enkele "juiste" chef.
* De beste aanpak is om duidelijk gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden te hebben voor incidentbeheer en beoordeling na actie binnen uw organisatie.
* Dit zorgt voor effectief leiderschap, verantwoordelijkheid en voortdurende verbetering.
Verdere overwegingen:
* Expertise: De chef moet over de nodige expertise beschikken om met het soort incident en de complexiteit ervan om te kunnen gaan.
* Autoriteit: Zij moeten de bevoegdheid hebben om beslissingen te nemen en taken effectief te delegeren.
* Communicatie: Sterke communicatieve vaardigheden zijn essentieel voor het coördineren van de respons en het op de hoogte houden van belanghebbenden.
Door duidelijke rollen en verantwoordelijkheden vast te stellen, kunt u zorgen voor een beter georganiseerde en effectievere reactie op incidenten, wat leidt tot betere resultaten en voortdurende verbetering.