Hier zijn enkele belangrijke kenmerken van een zelfreflexieve verteller:
* Rechtstreeks tot de lezer gericht: De verteller kan rechtstreeks met de lezer spreken, met behulp van zinnen als 'jij' of 'beste lezer'.
* Commentaar op het verhaal: De verteller kan wijzen op inconsistenties in het verhaal, zijn eigen vooroordelen uitleggen of zich zelfs verontschuldigen voor een gebrek aan informatie.
* Twijfelen aan hun eigen betrouwbaarheid: De verteller is mogelijk onzeker over de gebeurtenissen die hij beschrijft of erkent zijn eigen beperkingen bij het begrijpen van de situatie.
* Erkenning van het fictieve karakter van het verhaal: De verteller kan het verhaal een 'verhaal', 'verhaal' of 'fictie' noemen.
* Spelen met de verwachtingen van de lezer: De verteller kan de lezer opzettelijk misleiden of een gevoel van onzekerheid over de gebeurtenissen creëren.
Hier zijn enkele voorbeelden van zelfreflexieve vertellers in de literatuur:
* De verteller in "The Great Gatsby" door F. Scott Fitzgerald: De verteller, Nick Carraway, geeft vaak commentaar op zijn eigen rol in het verhaal, trekt zijn eigen betrouwbaarheid in twijfel en reflecteert op de gebeurtenissen waarvan hij getuige is.
* De verteller in "The Adventures of Huckleberry Finn" door Mark Twain: Huckleberry Finn, als verteller, richt zich rechtstreeks tot de lezer, geeft commentaar op het verhaal en verontschuldigt zich zelfs voor zijn gebrek aan opleiding.
* De verteller in "The Unbearable Lightness of Being" van Milan Kundera: De verteller richt zich rechtstreeks tot de lezer, biedt filosofische reflecties en stelt de aard van het bestaan in vraag.
Door een zelfreflexieve verteller te gebruiken, kunnen auteurs een complexere en boeiendere leeservaring creëren, waarbij de lezer wordt uitgedaagd om na te denken over de aard van het vertellen van verhalen en de rol van de verteller.