Goddelijk recht van koningen:
* Algemeen geaccepteerd: Het idee dat vorsten door Gods genade regeerden, was diep geworteld in de Elizabethaanse samenleving. Dit geloof rechtvaardigde absolute macht en benadrukte gehoorzaamheid aan de soeverein.
* Gebruikt voor politieke controle: Elizabeth I maakte vakkundig gebruik van het Goddelijk Recht om haar heerschappij te legitimeren, vooral in tijden van politieke onrust.
* Beperkt door praktische aspecten: Hoewel algemeen aanvaard, was het concept niet absoluut. Elizabeth erkende de noodzaak van goed bestuur en overlegde met haar adviseurs, waarbij ze blijk gaf van een praktische benadering van regeren.
Monarchie als symbool van orde en stabiliteit:
* Veiligheid en vrede: Na de tumultueuze periode van de Tudor-dynastie waardeerden de Elizabethanen stabiliteit en de sterke hand van een monarch om hen te beschermen tegen interne conflicten en externe bedreigingen.
* Nationale eenheid: De monarchie vertegenwoordigde een verenigende kracht, vooral belangrijk gezien de religieuze verdeeldheid van die tijd. Elizabeths bekwame navigatie in religieuze spanningen versterkte haar positie als verenigende figuur.
* Nationale identiteit: De monarchie werd gezien als de belichaming van de Engelse identiteit en nationale trots, en projecteerde een gevoel van kracht en prestige op het wereldtoneel.
Elizabethaanse houding tegenover Elizabeth I:
* Populair en gerespecteerd: Elizabeth werd zeer gerespecteerd vanwege haar intellect, kracht en vermogen om vrede en stabiliteit te handhaven tijdens een tumultueuze periode.
* Patriarchale verwachtingen: Hoewel Elizabeths heerschappij werd gevierd vanwege haar intelligentie en leiderschap, werd ze nog steeds grotendeels gezien door de lens van patriarchale verwachtingen. Haar ongehuwde status werd vaak gezien als een symbool van haar toewijding aan haar land en haar onderdanen.
* Angst voor rebellie: Hoewel de monarchie over het algemeen geliefd was, bestond er toch een zekere mate van angst jegens de monarchie, vooral gezien de tumultueuze heerschappij van enkele voorgaande vorsten. Deze angst versterkte de behoefte aan gehoorzaamheid en loyaliteit.
Uitdagingen en kritieken:
* Religieuze afwijkende meningen: De Engelse Reformatie en de opkomst van het protestantisme leidden tot verdeeldheid binnen het land, waarbij sommigen de legitimiteit van de controle van de monarchie over religieuze zaken in twijfel trokken.
* Sociale ongelijkheid: Hoewel de monarchie stabiliteit vertegenwoordigde, leidden de onderliggende sociale ongelijkheden en economische tegenslagen van die tijd tot enige onvrede en kritiek.
* Machtsstrijd: De voortdurende dreiging van complotten en opstanden tegen de koningin, vooral van degenen die het katholicisme wilden herstellen, onderstreepte het potentieel voor uitdagingen voor het gezag van de monarchie.
Over het geheel genomen was de Elizabethaanse houding ten opzichte van de monarchie een complexe mix van eerbied, angst en praktische zorgen. De monarchie was diep geworteld in het weefsel van de samenleving en bekleedde een machtige positie, maar was ook onderhevig aan uitdagingen en kritiek.